Geboorteverhaal & gedrag

Waarom het geboorteverhaal zichtbaar blijft in het nu

Hoe zwangerschap, geboorte en de eerste weken hun sporen achterlaten in gedrag

Soms reageren jij of je kind op een manier die je niet kunt plaatsen, veel heftiger dan je zou verwachten.

Een baby die ontroostbaar is bij elke overgang, zoals aankleden, optillen, neerleggen, in de draagzak gaan of eruit gehaald worden.
De driftbui van een peuter die niet gaat over de kapotte banaan, maar over spanning die al de hele ochtend in zijn lijf heeft opgebouwd en er nu uit móét.
Een kind dat volledig bevriest bij iets nieuws, zwemles, een verjaardag, de gymzaal. Zijn zenuwstelsel klapt dicht zodra iets onbekend voelt.
Een moeder die bij elke controle of medische afspraak een knoop in haar buik voelt die ze niet kan verklaren.

Deze momenten ontstaan niet in het nu.
Ze dragen de taal van het begin.

Het begin is een lichaam dat al luistert

Nog voordat een baby woorden kent, leert hij via het lichaam.

Een lijf dat hoort hoe jouw hart versnelt wanneer jij schrikt.
Dat voelt hoe je schouders omhoog kruipen wanneer je gespannen bent,
en hoe ze zakken wanneer je eindelijk kunt uitademen.

Een lijf dat merkt wanneer jij hoopt, twijfelt, vol bent, moe bent, of stilletjes probeert sterk te blijven.
Een baby leeft in jouw ritme, niet in je gedachten, maar in je fysiologie.

Deze informatie wordt geen “herinnering” zoals wij die kennen.
Het wordt een instelling, een soort basissoftware.

Zoals een telefoon die voor het eerst wordt opgestart
en meteen de standaard helderheid, het volume en de taal meekrijgt,
krijgt een baby zijn eerste afstemming nog vóór hij geboren wordt.

Niet goed of fout. Niet mooi of moeilijk.
Gewoon: de eerste manier waarop zijn lichaam leert reageren op de wereld. Zijn beginfrequentie. 

Wat een baby meeneemt uit de zwangerschap

Tijdens de zwangerschap leeft een baby letterlijk in jouw lichaam.
Hij voelt mee met wat jouw lichaam voelt.

– Als jij rustig ademt, zakt zijn lijfje mee.
– Als jij spanning vasthoudt, spant hij met je mee.
– Als jij schrikt, reageert zijn zenuwstelsel mee.
– Als jij ontspant, voelt hij dat meteen.

Dat komt doordat een baby in deze maanden vooral leeft vanuit het reptielenbrein,
het deel van het brein dat alleen registreert: Is dit veilig of spannend?
Er is nog geen denken of begrijpen. Het lichaam reageert puur op instinct.

Daarom leert een baby via reflexen:
– aanspannen als iets onverwacht voelt
– ontspannen wanneer het ritme vertrouwd is
– zoeken naar nabijheid wanneer iets overweldigend wordt

Een baby neemt dus niet jouw gedachten mee, maar hoe jouw lichaam reageerde op het leven. Dat wordt zijn eerste blauwdruk.

Later zie je dat terug in herkenbare signalen:
– Baby’s die groeiden in een periode van stress, reageren sneller op geluid, licht of plotselinge aanraking.
– Baby’s die veel wachten of onzekerheid meemaakten, zoeken later vaker jouw blik of aanraking om te checken: Ben je er nog?
– Baby’s die groeiden in een rustige, gedragen zwangerschap, zakken vaak makkelijker in slaap en vinden sneller ritme.
– Baby’s van wensmoeders die maanden hoop en spanning meedroegen, kunnen later gevoeliger zijn voor afwijzing of verlies van nabijheid.

Deze ervaringen worden geen herinneringen in woorden,
maar een onderlaag in het lichaam waar later gedrag, hechting en emotie op voortbouwen.

De geboorte is geen moment. Het is een reis.

We praten vaak over “de bevalling” alsof het één gebeurtenis is. Maar voor een baby is het een reis door het lichaam van de moeder, vol sensaties die hij nog nooit eerder heeft gevoeld.

Druk.
Warmte.
Wachten.
Duwen.
Ingehouden worden.
Mee moeten bewegen.
Overgenomen worden.
Licht dat ineens verandert.
Ruimte die opeens kleiner of groter voelt.

Een baby begrijpt niet wat er gebeurt. Maar zijn lichaam voelt precies hoe het gebeurt.

En die ervaring laat sporen achter die je later herkent:
– Baby’s die elke keer in slaap vallen op jouw lichaam, maar wakker en gespannen worden zodra je ze neerlegt.
– Peuters die ontregelen bij elke verandering, zelfs kleine, zoals een andere beker of een nieuwe route.
– Kinderen die alles snel willen doen na een snelle geboorte; hun lijf “leert” dat tempo.
– Kinderen die juist blokkeren en veel tijd nodig hebben na een geboorte waarin ze lang werden tegengehouden.
– Gevoeligheid voor klem, druk of dichtheid na een geboorte waarin het lijf klem of vastzat.

Een baby onthoudt de geboorte niet als verhaal.
Hij onthoudt de sensatie van zijn eerste grote overgang.

De eerste weken onthullen het begin

De eerste weken na de geboorte gaan niet alleen over wennen.
Het zijn weken waarin het zenuwstelsel laat zien wat het heeft meegemaakt.

Je ziet het in:
– slapen dat maar niet lukt
– een lijfje dat telkens aanspant zodra het wordt neergelegd
– ogen die alles scannen, zelfs in rustige ruimtes
– overstrekken bij elk geluidje
– wegkijken als iets te veel is
– huilen dat opbouwt aan het einde van de dag
– alleen tot rust komen tegen jouw huid

Niet omdat jij iets verkeerd doet. Maar omdat zijn lijf nog afbouwt wat het heeft doorgemaakt.

De geboorte klinkt nog door…

Later komt hetzelfde begin terug in nieuwe vormen

Wanneer een kind ouder wordt, verandert de uiting, maar de oorsprong blijft dezelfde.

Het begin laat zich later zien in:

– boosheid die groter voelt dan het moment
– een kind dat niet los wil laten op school
– gevoeligheid voor sfeer, geluid of gezichtsuitdrukking
– moeite met slapen of inslapen
– snel ontregeld raken in drukte
– pleasen
– behoefte aan controle over kleine dingen
– angst in nieuwe situaties
– moeite met afscheid nemen

En soms herken je het ook in jezelf:

– spanning die je niet kunt plaatsen
– reacties die heftiger zijn dan je wilt
– moeite met loslaten
– overprikkeling in geluid of chaos
– tranen die onverwacht omhoog komen

Niet omdat er iets mis is. Maar omdat het lichaam herinnert wat het ooit heeft geleerd.

De kracht van begrijpen van eronder ligt

Wanneer je het begin begrijpt, verandert alles.

Je ziet geen “lastig gedrag” meer,
maar een verhaal dat voorzichtig om aandacht vraagt.

Je denkt niet meer: Hij doet dit expres.
Maar: Zijn lichaam probeert iets te vertellen.

Je voelt niet meer:
Ik moet dit oplossen.
Maar: Ik mag hem begeleiden.

En dan valt er iets op zijn plek.
In jou. In je kind. In jullie samen.

Een zenuwstelsel heeft geen perfect ouderschap nodig. Het heeft aanwezigheid nodig
een ouder die voelt:

Ik zie jou.
Ik begrijp jou.
We doen dit samen.

Dit is waarom wij dit werk doen

Omdat het begin ertoe doet.
Omdat gedrag een taal is.
Omdat jouw intuïtie klopt.
Omdat jij en je kind niet gemaakt zijn om “te functioneren”,
maar om begrepen te worden.

Wij helpen je zien wat het begin vertelt zodat jij zachter kunt reageren,
rust kunt brengen, en kunt geven wat toen gemist werd.

Zodat jullie verhaal niet alleen gedragen wordt, maar eindelijk ook gezien